Trio Shaham Erez Wallfisch bestaat uit drie van de beste internationale instrumentalisten die vandaag de dag optreden. In 2009 bundelden deze drie geweldige musici hun krachten en sindsdien behoort het pianotrio tot de wereldtop. Hagai Shaham, Arnon Erez en Raphael Wallfisch worden geroemd om de rijke, intense klank in hun samenspel.

Trio Shaham Erez Wallfisch
Hagai Shaham, viool
Arnon Erez, piano
Raphael Wallfisch, cello

PROGRAMMA
Ludwig van BeethovenPianotrio in Bes gr.t. op. 11
   . Allegro con brio
   . Adagio
   . Tema con variazioni
    ("Pria ch'io l'impegno": Allegretto )
Johannes BrahmsPianotrio nr. 3 in C kl.t. op. 101
   . Allegro energico
   . Presto non assai
   . Andante grazioso
   . Allegro molto
Pauze
Ernest Bloch3 Nocturnes
   . Andante
   . Andante quieto
   . Tempestoso
Anton Arensky Pianotrio nr. 1 in D gr.t. op. 32
   . Allegro moderato
   . Scherzo (Allegro molto)
   . Elegia (Adagio)
   . Finale (Allegro non troppo)

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Het Pianotrio in Bes majeur, op. 11, werd gecomponeerd door Ludwig van Beethoven in 1797 en een jaar later gepubliceerd in Wenen. Beethoven droeg dit pianotrio op aan gravin Maria Wilhelmine von Thun. Het pianotrio als vorm ontstond in het Wenen van de Weense klassieken. Joseph Haydn zorgde voor de eerste schreden van deze op de barokke triosonate gebaseerde vorm en Ludwig van Beethoven maakte het pianotrio volwassen. De drie Pianotrio’s op.11 zijn ook wel bekend onder de bijnaam Gassenhauer Trio. ‘Gassenhauer' betekende een hit, iets dat in de Gassen (straten) blijft hangen. De hit in kwestie was een thema uit Joseph Weigls opera ‘L'amor marinaro’ dat overal op straat werd gefloten en dat Beethoven in het slotdeel aan een aantal meesterlijke variaties onderwerpt.

Johannes Brahms (1833-1897)

De in Hamburg geboren componist Johannes Brahms geldt onbetwist als een der grootsten van de negentiende eeuw. Hij schreef in alle genres, behalve de opera. Het Piano Trio nr.3 in C mineur, op. 101 is geschreven in de zomer van 1886 toen Brahms op vakantie aan de Thunersee in Zwitserland. Hij was op het hoogtepunt van zijn carrière. Clara Schumann, die Brahms regelmatig raadpleegde voor haar scherpe muzikale beoordelingen, noteerde in haar dagboek dat zij zeer onder de indruk was van dit werk: ‘Wat een compositie! Het is doorlopend ingenieus in de passie, de kracht van de gedachten, de charme en de expressie! Geen ander werk van Johannes heeft mij zo compleet laten opgaan in een andere wereld; het prachtige poëtische tweede deel heeft zo’n zoete en zachte beweging. Ik ben sinds lang niet zo gelukkig geweest’.

Ernest Bloch (1880-1959)

Ernest Bloch is een Amerikaans componist van Joods- Zwitserse afkomst. Hij is vooral bekend om zijn werken met een Joods thema en zijn passie voor de Hebreeuwse cultuur. Maar Bloch bracht ook een muzikaal eerbetoon aan de natuur en het Amerikaanse stadsleven waarbij hij gebruik maakt van volksliederen, burgeroorlogsliederen en spirituals.

De ‘Three Nocturnes’ voor pianotrio werden geschreven in 1924 net voordat Bloch naar San Francisco verhuisde. De eerste benadrukt Bloch's impressionistische neigingen met exotische toonladders. De tweede is een prachtig slaapliedje met de smaak van een volkslied. De derde heeft een vleugje jazz dat we ook wel bij andere modernistische componisten uit zijn tijd horen. Het middendeel van de derde nocturne herinnert aan de prachtige melodie van de tweede met mogelijke toespelingen op de eerste. Het drieluik vormt zo een doordachte artistieke eenheid.

Anton Arensky (1861 -1906)

Anton Arensky is een Russische componist en dirigent die op het conservatorium van St. Petersburg o.a. les kreeg van Rimsky-Korsakov. In 1892 werd Arensky een van de jongste professoren die ooit door het conservatorium van Moskou werden aangenomen. In 1895 kreeg hij een benoeming tot dirigent in St Petersburg. In zijn vele composities werd hij sterk door Tsjaikovski beïnvloed.

Pianotrio nr. 1 in d mineur, op. 32, voor viool, cello en piano werd in 1894 geschreven en bestaat uit vier delen: Allegro moderato opent zacht en heeft een herfstachtige sfeer. Scherzo kent een walsachtig middengedeelte en de beweging is overal vrolijk. Na het scherzo volgt het contrasterende en droevige langzame adagio in de subdominante mineur. De finale opent dramatisch. Later komt er een herinnering terug aan thema's uit het derde en eerste deel, gevolgd door een turbulent einde.