zondag
29 november 2020
(*** ONDER VOORBEHOUD i.v.m. covid19 ***)

Aanvang 10:30 uur en 12:30 uur

Van Leipzig naar Berlijn

Combattimento
Combattimento geldt al decennia lang als een van Nederlands meest vooraanstaande muziekensembles op het gebied van 17e- en 18e-eeuwse muziek. De leden van Combattimento, ieder met solistische kwaliteiten, dragen een schat aan kennis en ervaring met zich mee. Samen vormen ze een hecht ensemble dat jaren heeft gewerkt aan een geheel eigen klank en speelwijze: energiek, vurig, stijlbewust. In het programma Van Leipzig naar Berlijn komt de oude muzikale wereld van de ‘alte’ Bach samen met de klanken van een nieuwe voorhoede.

Musici
Cynthia Freivogel, viool
Quirine van Hoek, viool
Marjolein Dispa, altviool
Diederik van Dijk, cello
Pieter Dirksen, klavecimbel

PROGRAMMA
Johann Gottlieb Janitsch (1708-1763)
Sonata da camera in D-groot, voor twee violen, altviool en continuo
- Largo
- Allegro
- Vivace assai
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Triosonate in g-klein (BWV 528a), voor viool, altviool en continuo (reconstructie: P. Dirksen)
- Adagio/Vivace
- Andante
- Un poc’ allegro
Carl Heinrich Graun (1704-1759)
Sonate in C-groot, voor cello en continuo
- Largo
- Poco allegro
- Allegretto
Johann Christian Bach (1735-1782)
Quattro in G-groot (WB 66), voor viool, altviool, cello en clavecimbel
- Allegro
- Vivace assai
Wilhelm Friedemann Bach (1710-1784)
Sinfonia in F-groot (Fk 67), voor twee violen, altviool en continuo
- Vivace
- Andante
- Allegro
- Menuetto 1 & 2

Vanaf 1723 was Johann Sebastian Bach cantor van de Thomasschule in Leipzig, waarbij hij verantwoordelijkheid droeg voor de muziek in de vier belangrijkste kerken. Hij had altijd grote belangstelling voor vooruitstrevende muziekcentra. Aanvankelijk was dit vooral Dresden waar hij regelmatig als orgel- en clavecimbelvirtuoos optrad. Maar vanaf 1739 verschoof zijn aandacht naar Berlijn. Hij bezocht Berlijn twee keer (in 1741 en 1747)en leerde daar de nieuwe galante muziek kennen.

In 1740 besteeg Koning Frederik II van Pruisen de troon. Frederik was een groot muziekliefhebber en amateurfluitist. Hij maakte Berlijn in no-time tot een vooraanstaand muziekcentrum. Hij richtte in 1742 de Koninklijke Hofkapel en de Koninklijke Hofopera op waarvoor Italiaanse zangers werden geëngageerd. Carl Philip Emanuel Bach was bijna dertig jaar zijn klavecinist (begeleider, orkestleider, arrangeur). In 1747 was zijn vader een van de gasten die in het paleis ontvangen werden. Tijdens zijn improvisaties vroeg Johann Sebastian Bach aan de koning hem een thema op te geven voor een fuga. Ter plekke werkte hij dat thema zonder voorbereiding uit. Het resultaat droeg hij op aan koning Frederik de Grote met als titel “Musikalisches Opfer”.

Bachs jongste zoon Johann Christian Bach ging in 1750 na de dood van zijn vader van Leipzig naar Berlijn. Daar werd zijn oudere broer Carl Philipp Emanuel Bach vijf jaar lang zijn muziekleraar. Onder zijn leiding ontwikkelde Johann Christian zich tot een van de beste klavierspelers van zijn tijd.

Wilhelm Friedemann Bach was de oudste en tegelijk lievelingszoon van Johann Sebastian Bach. Hij kreeg zijn eerste muzikale opleiding van zijn vader. Tussen 1733 en 1746 was Wilhelm Friedemann organist aan de Sofiakerk in Dresden, daarna werd hij organist aan de Mariakerk in Halle. In 1764 nam hij ontslag uit beide functies en verhuisde na wat omzwervingen uiteindelijk naar Berlijn waar hij in 1784 overleed. Hij voorzag in zijn levensonderhoud met composities, openbare concertoptredens en muziekonderricht.

Naast muziek van Johann Sebastian Bach en twee van zijn zonen staat er muziek van Carl Heinrich Graun op het programma. Hij was kapelmeester van Frederik II en schreef een aantal opera’s. Zijn opera “Cesare e Cleopatra” luidde de opening in van de Staatsopera van Berlijn (Königliche Hofoper) in 1742. Zijn andere werken zijn onder meer concerto’s en triosonates.

Het concert begint met een werk van Johann Gottlieb Janitsch. Ook hij maakte deel uit van de Koninklijke Hofkapel van Frederik II. Vanaf 1743 componeerde Janitsch “Redutenmusik” voor de jaarlijkse hofbals die door Frederik tijdens carnaval werden gehouden. Door brand is veel van zijn kamermuziek verloren gegaan. Maar gelukkig zijn er veel triosonates bewaard.