zondag
28 november 2021

A-serie

Combattimento geldt al decennia lang als een van Nederlands meest vooraanstaande muziekensembles op het gebied van 17e- en 18e-eeuwse muziek. De leden van Combattimento, ieder met solistische kwaliteiten, dragen een schat aan kennis en ervaring met zich mee. Samen vormen ze een hecht ensemble dat jaren heeft gewerkt aan een geheel eigen klank en speelwijze: energiek, vurig, stijlbewust.

Musici
Cynthia Freivogel, viool
Quirine van Hoek, viool
Marjolein Dispa, altviool
Diederik van Dijk, cello
Pieter Dirksen, klavecimbel

PROGRAMMA
Christoph Nichelmann
1717-1762
Sinfonia in F groot, voor 2 violen, altviool en bc
   . Allegro
   . Andante
   . Presto
Johann Gottlieb Janitsch
1708-1763
Trio in G klein, voor viool, altviool en continuo
   . Adagio
   . Allegretto
   . Allegro assai
Carl Philipp Emanuel Bach
1714-1788
Concert in A klein (Wq 1), voor clavecimbel en strijkers
   . Allegretto
   . Andante
   . Allegro ma non tanto
Pauze
Joh. Christoph Friedrich Bach
1732-1795
Quator II in Bes groot, voor 2 violen, altviool, en cello
   . Allegro moderato
   . Andante
   . Menuet & Trio
Wilhelm Friedemann Bach
1710-1784
Fantasia in E klein (Fk 20), voor viool en clavecimbel
1710-1784 (bewerking: P. Dirksen)
Johann Sebastian Bach
1685-1750
Suite in A klein (BWV 1067a, voor 2 violen, altviool en bc
(reconstructie: P. Dirksen)
   . Ouverture
   . Rondeau
   . Bouree I-II
   . Sarabande
   . Polonaise
   . Menuet

Johann Sebastian Bach was vanaf 1723 cantor van de Thomasschule in Leipzig, waarbij hij verantwoordelijkheid was voor de muziek in de vier belangrijkste kerken. Hij had altijd grote belangstelling voor vooruitstrevende muziekcentra. Aanvankelijk was dit vooral Dresden waar hij regelmatig als orgel- en clavecimbelvirtuoos optrad. Maar vanaf 1739 verschoof zijn aandacht naar Berlijn.

In 1740 besteeg Koning Frederik II van Pruisen de troon. Frederik was een groot muziekliefhebber en amateurfluitist. Hij maakte Berlijn in no-time tot een vooraanstaand muziekcentrum. Hij richtte in 1742 de Koninklijke Hofkapel en de Koninklijke Hofopera op waarvoor Italiaanse zangers werden geëngageerd. Carl Philip Emanuel Bach was bijna dertig jaar zijn klavecinist (begeleider, orkestleider, arrangeur). In 1747 was zijn vader een van de gasten die in het paleis ontvangen werden. Tijdens zijn improvisaties vroeg Johann Sebastian Bach aan de koning hem een thema op te geven voor een fuga. Ter plekke werkte hij dat thema zonder voorbereiding uit. Het resultaat droeg hij op aan koning Frederik de Grote met als titel “Musikalisches Opfer”.

Bachs jongste zoon Johann Christian Bach ging in 1750 na de dood van zijn vader van Leipzig naar Berlijn. Daar werd zijn oudere broer Carl Philipp Emanuel Bach vijf jaar lang zijn muziekleraar. Onder zijn leiding ontwikkelde Johann Christian zich tot een van de beste klavierspelers van zijn tijd.

Wilhelm Friedemann Bach was de oudste en tegelijk lievelingszoon van Johann Sebastian Bach. Hij kreeg zijn eerste muzikale opleiding van zijn vader. Tussen 1733 en 1746 was Wilhelm Friedemann organist aan de Sofiakerk in Dresden, daarna werd hij organist aan de Mariakerk in Halle. In 1764 nam hij ontslag uit beide functies en verhuisde na wat omzwervingen uiteindelijk naar Berlijn waar hij in 1784 overleed.

Naast muziek van Johann Sebastian Bach en drie van zijn zonen staat er ook muziek van andere leden van de Koninklijke Hofkapel op het programma. Het gaat om tweede clavecinist Christoph Nichelmann (een leerling van Friedemann) en contrabassist Johann Gottlieb Janitsch . Janitsch was een bijzonder begenadigd componist van verfijnde kamermuziek. Vanaf 1743 componeerde hij "Redutenmusik" voor de jaarlijkse hofbals die door Frederik de Grote tijdens carnaval werden gehouden. Door brand is veel van zijn kamermuziek verloren gegaan. Maar gelukkig zijn er veel triosonates bewaard.